Belangrijkste vragen Sport en Bewegen in de Buurt

Inhoudsopgave

Versie november 2011

Veel gestelde vragen
1 Wat is de doelstelling van de Impuls?
2 Hoe wil de minister van VWS deze doelstelling bereiken?
3 Met welke partijen zal de minister van VWS afspraken gaan maken?
4 Zijn er al afspraken gemaakt?
5 Op welke manier zullen de sport- en beweegaanbieders een impuls krijgen?
6 Welk bedrag zal er beschikbaar worden gesteld?
7 Hoe zal de Gemeente-impuls er uit gaan zien?
8 Op welke manier worden gemeenten ge´nformeerd?
9 Op welke wijze krijgen gemeenten de mogelijkheid om deel te nemen?
10 Wat voor een uitkering gaat het worden?
11 Geldt er wederom een normbedrag per fte?
12 Moeten gemeenten voor cofinanciering zorgen?
13 Welke bedragen zullen gemeenten ontvangen?
14 Moeten gemeenten die nu al meedoen aan de Impuls brede scholen, sport en cultuur meedoen aan de nieuwe Impuls?
15 Wat is er anders aan de nieuwe Impuls in verhouding tot de Impuls brede scholen, sport en cultuur?
16 ls deze gemeenten wel deelnemen aan de nieuwe Impuls, mogen de afspraken die er lokaal zijn gemaakt voor de Impuls brede scholen, sport en cultuur dan blijven voortbestaan?
17 Blijft de Impuls brede scholen, sport en cultuur voortbestaan?
18 Wat zijn dan de nieuwe mogelijkheden per januari 2012?
19 Welke bijdrage zullen VNO-NCW en MKB Nederland leveren?

1 Wat is de doelstelling van de Impuls?
Het Kabinet wil eraan bijdragen dat het lokale sport- en beweegaanbod beter aansluit op de vraag, er meer lokaal maatwerk komt, zodat mensen zélf kunnen beslissen aan welke sport of beweegactiviteit ze willen deelnemen. Uiteindelijk leidt dat tot meer sportdeelname en tot een gezonde en actieve leefstijl. Reden waarom in de landelijke nota gezondheidsbeleid “Gezondheid Dichtbij” de nadruk gelegd wordt op sport en bewegen als vliegwiel voor een gezonde leefstijl. Lokaal maatwerk is een taak van vele partners. De gemeenten en de sport hebben een rol maar ook lokale ondernemers moeten de mogelijkheid krijgen om hieraan mee te werken, evenals scholen, zorgpartijen, welzijnsorganisaties, kinderopvang en (commerciële) sport- en beweegaanbieders. Om de bovenstaande doelstelling te kunnen realiseren, vindt de minister van VWS het belangrijk dat er lokaal meer slimme en kansrijke verbindingen tussen de sport- en beweegaanbieders, scholen, zorg- en welzijnsinstellingen en het bedrijfsleven tot stand komen. Deze verbindingen kunnen nieuw zijn of voortborduren op bestaande vormen van samenwerking. Hierbij wil het kabinet stimuleren dat er lokaal zoveel mogelijk gebruik kan worden gemaakt van producten en werkwijzen, die elders al succesvol gebleken zijn.

2 Hoe wil de minister van VWS deze doelstelling bereiken?
De minister van VWS heeft aangegeven bovenstaande doelstelling te willen stimuleren en faciliteren met een programma genaamd Sport en Bewegen in de Buurt ( SBB). Binnen dit programma zullen sport- en beweegaanbieders een impuls krijgen en zal het aantal combinatiefuncties dat werkzaam is in de sport, worden uitgebreid.

3 Met welke partijen zal de minister van VWS afspraken gaan maken?
Namens het Kabinet wil de minister van VWS over het stimuleren van een breder Sport en Beweegaanbod in de buurt afspraken maken met landelijke vertegenwoordigers/ koepels van gemeenten, sportsector en bedrijfsleven:

  • VWS namens de Rijksoverheid,
  • NOC*NSF als vertegenwoordiger van de sport- en beweegaanbieders ( gaat verder dan uitsluitend sportverenigingen ),
  • VNG namens de gemeenten,
  • VNO-NCW, MKB Nederland.

4 Zijn er al afspraken gemaakt?
Nee, er zijn nog geen handtekeningen gezet onder de bestuurlijke afspraken. De verwachting is dat half december de besluitvorming rond is. En in januari kan worden overgegaan tot ondertekening. Op 28 november worden de plannen van de minister in de Tweede Kamer behandeld.

5 Op welke manier zullen de sport- en beweegaanbieders een impuls krijgen?
De sport- en beweegaanbieders krijgen via NOC*NSF een Impuls. Doelstelling van deze Sportimpuls is lokale sport- en beweegaanbieders te stimuleren om gezamenlijk een aanbod te realiseren dat zo goed mogelijk aansluit bij de lokale vraag, conform lokale afspraken die hierover (onder regie van de gemeente) zijn gemaakt. Sport moet zo als een lokale partner mee kunnen werken aan het vergroten van het bereik en beschikbaarheid van het lokale sport- en beweegaanbod en hun maatschappelijke rol kunnen vergroten.

6 Welk bedrag zal er beschikbaar worden gesteld?
10 miljoen per 01-01-2012.

7 Hoe zal de Gemeente-impuls er uit gaan zien?
De minister van VWS stelt aan gemeenten per 1 januari 2012 een structureel bedrag van 8 miljoen extra beschikbaar en op 1 januari 2013 zal er 11 miljoen extra structureel beschikbaar komen, beide in te zetten voor de onderstaande doelstellingen:

  • Van gemeenten wordt verwacht dat zij zich inspannen om combinatiefuncties functionerend als sportbuurtcoaches in dienst te (laten) nemen.
  • Deze medewerkers dienen sport- en beweegaanbod te organiseren.
  • De medewerkers maken een combinatie tussen sport- en beweegaanbieders en andere sectoren zoals onderwijs, cultuur, welzijn, gezondheid en bso / kinderopvang.
  • Inzet van de sportbuurtcoaches vindt plaats onder duidelijke regie van de gemeenten

8 Op welke manier worden gemeenten ge´nformeerd?
De VNG zal haar leden zo spoedig mogelijk informeren per ledenbericht. Bij dit bericht zullen ook de bedragen per gemeente worden vermeld.

De communicatie over de Impuls zal verder verlopen via het Projectbureau Combinatiefuncties

9 Op welke wijze krijgen gemeenten de mogelijkheid om deel te nemen?
De VNG zal gemeenten informeren en zal hen via het projectbureau Combinatiefuncties benaderen met de vraag of zij deel willen nemen aan de regeling.

Bij de daadwerkelijke toedeling van de middelen wordt begonnen met de gemeenten die tot nu nog niet deelnemen aan de Impuls brede scholen, sport en cultuur. Gemeenten zal de vraag worden gesteld of ze alsnog geïnteresseerd zijn in deelname, gezien de nieuwe en verruimde mogelijkheden.

Bij de verdeling van het resterende budget wordt de volgorde gebruikt zoals deze van 2008 tot en met 2011 is gehanteerd. Dat wil zeggen; wij zullen de volgorde van de lijsten zoals opgesteld voor de 1e tot en met de 4e tranche gemeenten van de Impuls brede scholen, sport en cultuur aanhouden.

Gemeenten zullen vervolgens via de mei- of septembercirculaire gemeentefonds 2012 officieel worden geïnformeerd over de bedragen. Eventuele wijzigingen worden eveneens bekend gemaakt via de circulaires gemeentefonds.

10 Wat voor een uitkering gaat het worden?
De bedragen zullen aan gemeenten beschikbaar worden gesteld via een decentralisatie-uitkering, De verdeling vindt plaats op basis van verdeelsleutel inwoners tot 18 jaar.

11 Geldt er wederom een normbedrag per fte?
Ja, er geldt een normbedrag van 50.000 euro per fte, per gemeente. De rijksoverheid keert, via een decentralisatie-uitkering, 20.000 euro uit per fte uit aan gemeenten.

12 Moeten gemeenten voor cofinanciering zorgen?
Met de VNG is afgesproken dat de deelnemende gemeenten vanaf het eerste jaar 60% cofinanciering organiseren.

13 Welke bedragen zullen gemeenten ontvangen?
A) Gemeenten die niet deelnemen aan de Impuls brede scholen, sport en cultuur.

Gemeenten die niet deelnemen aan de impuls brede scholen, sport en cultuur, maar dit onder de nieuwe voorwaarden wel willen en sportbuurtcoaches aan willen stellen, komen in aanmerking. De bedragen die zij kunnen ontvangen zijn gebaseerd op het aantal inwoners tot 18 jaar. Gemeenten hebben de mogelijkheid om te kiezen voor 60, 80 100 of 120 procent van het voor hen beschikbare bedrag uit de nieuwe Impulsmiddelen.

B) Gemeenten die al deelnemen aan Impuls brede scholen, sport en cultuur

Gemeenten zullen bedragen ontvangen die gebaseerd zijn op de bedragen die zij per januari 2012 voor de Impuls brede scholen, sport en cultuur ontvangen. Op basis van dit bedrag zullen zij de mogelijkheid krijgen dit uit te breiden tot en met maximaal 120 procent.

14 Moeten gemeenten die nu al meedoen aan de Impuls brede scholen, sport en cultuur meedoen aan de nieuwe Impuls?
Nee, gemeenten zijn vrij om te bepalen of ze extra geld willen ontvangen voor de aanstelling van sportbuurtcoaches via een decentralisatieuitkering.

15 Wat is er anders aan de nieuwe Impuls in verhouding tot de Impuls brede scholen, sport en cultuur?
De nieuwe impuls is er om gemeenten te stimuleren een sport en beweegaanbod in de buurt te organiseren. Dit doen ze door het aanstellen van sportbuurtcoaches en door de samenwerking met de sport- en beweegaanbieders op te zoeken.

De sportbuurtcoach is werkzaam bij een sport- en beweegaanbieder en een tweede sector, zoals het onderwijs, het welzijn, de kinderopvang, zorg, werkgevers of cultuur.

Gemeenten hoeven hier niet volledig zelf de cofinanciering te regelen, zij moet deze 60 procent organiseren.

16 Als deze gemeenten wel deelnemen aan de nieuwe Impuls, mogen de afspraken die er lokaal zijn gemaakt voor de Impuls brede scholen, sport en cultuur dan blijven voortbestaan?
Deze afspraken mogen zeker voort blijven bestaan. De huidige verworvenheden willen we ook graag behouden. Het betekent daarom niet dat gemeenten die al sinds 2008 deelnemen aan de Impuls, aan deze nieuwe mogelijkheden moeten gaan voldoen per 2012. Wel willen wij gemeenten de mogelijkheid geven om de inzet van de combinatiefuncties te verbreden. De nieuwe afspraken gaan gemeenten namelijk meer mogelijkheden bieden. De voorgestelde algemene aanpassingen geven gemeenten meer mogelijkheden als zich lokaal knelpunten voordoen of afspraken worden herzien.

17 Blijft de Impuls brede scholen, sport en cultuur voortbestaan?
De Impuls blijft voortbestaan, maar de naam verandert.

Vanaf 2012 zal er in de circulaires van BZK niet meer worden gesproken over de Impuls brede scholen, sport en cultuur, maar over de Brede impuls combinatiefuncties.

18 Wat zijn dan de nieuwe mogelijkheden per januari 2012?
Mag ik bijvoorbeeld, als ik als gemeente al deelneem aan de Impuls brede scholen, sport en cultuur, dan ook combinatiefuncties aanstellen in samenwerking met het welzijn of de kinderopvang?

Ja dat mag. De inzet van de middelen binnen de Brede impuls combinatiefuncties kan vanaf 1 januari 2012 naast de bestaande mogelijkheden (sport, onderwijs en cultuur) tevens worden ingezet voor nieuwe sectoren zoals welzijn, gezondheid, werkgevers en bso / kinderopvang.

19 Welke bijdrage zullen VNO-NCW en MKB Nederland leveren?
VNO-NCW en MKB-Nederland zullen in dit kader de volgende bijdragen leveren:

  • Identificeren en informeren van de relevante branches en regionale verenigingen over dit programma.
  • Verkennen waar zij kunnen fungeren als bruggenbouwer door VWS, gemeenten en de sport gericht in contact te brengen met die delen van het aangesloten bedrijfsleven waar sport en bewegen tot de kern van de bedrijfsactiviteiten behoort.
  • Organiseren van bedrijfssport via het loket ‘Sport & Zaken’.
  • Informeren van bedrijven over succesvolle voorbeelden van bedrijfssport via het loket ‘Sport & Zaken’.
  • Via hun betrokkenheid bij de organisatie Innosport NL bijdragen aan innovatie voor sport en bewegen door het bedrijfsleven.

 

Terug boven